Tussenwinst (ook wel intercompany-winst of ongerealiseerde winst op voorraad) is de winst die de ene groepsmaatschappij maakt op een levering aan een andere groepsmaatschappij, terwijl de geleverde goederen op balansdatum nog binnen de groep in voorraad liggen. Voor de leverende BV is die winst gewoon gerealiseerd, voor de groep als geheel niet: er is nog niets aan een klant buiten de groep verkocht. Bij consolidatie haal je die tussenwinst daarom uit de voorraad en uit het groepsresultaat.
Waarom moet tussenwinst uit het geconsolideerde beeld?
De geconsolideerde jaarrekening laat de groep zien alsof het één onderneming is. Een verkoop van BV A aan BV B is voor die ene onderneming geen verkoop, maar een verplaatsing van het ene magazijn naar het andere. Zolang de goederen niet aan een derde zijn verkocht, is er geen omzet, geen winst en geen reden om de voorraad hoger te waarderen dan de kostprijs voor de groep.
Laat je de tussenwinst staan, dan zitten er drie fouten in de geconsolideerde cijfers:
- De voorraad staat te hoog. BV B heeft de goederen geboekt tegen de interne verkoopprijs, inclusief de marge van BV A. De groep mag alleen de oorspronkelijke kostprijs opnemen.
- Het groepsresultaat is te hoog. De winst van BV A telt mee, terwijl die winst pas echt is als BV B de goederen doorverkoopt.
- Het eigen vermogen is te hoog. Een te hoog resultaat loopt door naar het eigen vermogen, de solvabiliteit en de afspraken met de bank.
Tussenwinst hoort daarmee bij de intercompany-eliminaties, net als de onderlinge omzet en de rekening-courant. Het verschil is dat je niet twee saldi tegen elkaar wegstreept, maar een waardering corrigeert.
Rekenvoorbeeld: tussenwinst stap voor stap
BV A levert in het boekjaar goederen aan zustermaatschappij BV B voor 100.000 euro. De kostprijs bij BV A is 80.000 euro; BV A rekent dus een marge van 25 procent op de kostprijs, 20.000 euro winst. BV B verkoopt 60 procent van die goederen aan klanten buiten de groep voor 78.000 euro. Aan het jaareinde ligt de overige 40 procent nog bij BV B in voorraad.
- Bepaal de voorraad tegen de interne prijs. Bij BV B staat 40 procent van 100.000 euro op de balans: 40.000 euro.
- Bepaal de kostprijs voor de groep. Diezelfde goederen hebben de groep 40 procent van 80.000 euro gekost: 32.000 euro.
- Het verschil is de tussenwinst. 40.000 min 32.000 is 8.000 euro. Dezelfde uitkomst krijg je via de marge: 40.000 euro maal 25 gedeeld door 125.
De eliminatie bestaat uit twee delen. Eerst vallen de onderlinge omzet en de onderlinge inkoop van 100.000 euro tegen elkaar weg. Daarna corrigeer je de voorraad: 8.000 euro af van de voorraad op de balans en 8.000 euro bij op de kostprijs van de omzet, zodat het resultaat 8.000 euro lager uitkomt.
| Post | BV A | BV B | Eliminatie | Geconsolideerd |
|---|---|---|---|---|
| Omzet | 100.000 | 78.000 | -100.000 | 78.000 |
| Kostprijs van de omzet | 80.000 | 60.000 | -100.000 en +8.000 | 48.000 |
| Resultaat | 20.000 | 18.000 | -8.000 | 30.000 |
| Voorraad op de balans | 0 | 40.000 | -8.000 | 32.000 |
De losse resultaten tellen op tot 38.000 euro. De groep heeft in werkelijkheid 30.000 euro verdiend: 78.000 euro omzet aan derden min 48.000 euro kostprijs. Het verschil van 8.000 euro is precies de winst die nog in het magazijn van BV B ligt.
Wat gebeurt er in het volgende jaar?
Stel dat BV B in het volgende jaar de resterende voorraad alsnog aan derden verkoopt. In de boekhouding van BV B is de kostprijs van die verkoop 40.000 euro, de interne inkoopprijs. Voor de groep is de kostprijs 32.000 euro. Het groepsresultaat van dat jaar is dus 8.000 euro hoger dan de optelsom van de losse resultaten: de winst die je vorig jaar hebt geëlimineerd, wordt nu gerealiseerd.
Je draait de eliminatie daarom terug: 8.000 euro af van het eigen vermogen aan het begin van het jaar (daar zit de eliminatie van vorig jaar) en 8.000 euro af van de kostprijs van de omzet. Omdat de consolidatie elk jaar opnieuw wordt opgebouwd uit de losse administraties, is het patroon per jaareinde steeds hetzelfde: de tussenwinst van vorig jaar terugdraaien via het beginvermogen, en de tussenwinst van dit jaar bepalen op de voorraad die er nu ligt. Hoe je zulke correcties vastlegt, lees je in consolidatieboekingen.
Wat als de dochter niet voor 100 procent van de groep is?
Bij een dochter met een minderheidsbelang van derden speelt de richting van de levering een rol. Bij een upstream-levering (de dochter levert aan de moeder) zit de tussenwinst in het resultaat van de dochter, en dus deels in het aandeel van de minderheidsaandeelhouder. Bij een downstream-levering (de moeder levert aan de dochter) zit de winst bij de moeder en komt de eliminatie volledig ten laste van de groep. Hoe je de eliminatie bij een upstream-levering precies verdeelt, overleg je met je accountant. Welke consolidatiemethode bij welk belang hoort, lees je in consolidatiemethoden.
Hoe bereken je tussenwinst in de praktijk?
In een echte administratie is de voorraad zelden één levering met één bekende marge. Je moet dan drie dingen weten.
- Welk deel van de voorraad komt van een groepsmaatschappij? Dat lukt alleen als onderlinge inkopen herkenbaar zijn: een aparte leverancier per groepsmaatschappij, een eigen inkooprekening of een kenmerk op het artikel. Ligt de voorraad door elkaar met externe inkopen, dan werk je met een aanname, bijvoorbeeld het aandeel van de onderlinge inkopen in de totale inkopen van de laatste maanden.
- Welke marge is toegepast? Bij een vaste interne opslag, bijvoorbeeld kostprijs plus 25 procent, is dit een rekenregel. Bij prijzen per artikel heb je de kostprijs per artikel van de leverende BV nodig.
- Hoe vaak bereken je het? Voor de maandrapportage volstaat een schatting: voorraad maal het aandeel onderlinge leveringen maal de marge gedeeld door één plus de marge. Aan het jaareinde reken je precies, op basis van de voorraadtelling en de werkelijke leveringen.
Een aandachtspunt is de belastinglatentie. De leverende BV heeft de winst wel gemaakt en betaalt daar in beginsel belasting over, terwijl de groep de winst nog niet heeft gerealiseerd. Dat verschil kan tot een latente belastingpost leiden, onder meer afhankelijk van de vraag of de BV's een fiscale eenheid vormen. Bespreek dit met je accountant.
Wat gaat er in de praktijk mis?
- Tussenwinst alleen aan het jaareinde bepalen. De maandcijfers tonen dan het hele jaar een te hoog groepsresultaat, en in december volgt een onbegrepen correctie.
- Marge op verkoopprijs en marge op kostprijs verwarren. Een opslag van 25 procent op de kostprijs is 20 procent van de verkoopprijs. Wie 25 procent van 40.000 euro voorraad neemt, elimineert 10.000 euro in plaats van 8.000 euro.
- De terugdraaiing in het volgende jaar vergeten. Dan wordt de tussenwinst van vorig jaar nooit gerealiseerd en is het groepsresultaat structureel te laag, of de eliminaties van twee jaren stapelen zich op.
- Onderlinge leveringen niet apart boeken. Staan inkopen van een groepsmaatschappij op dezelfde rekening als externe inkopen, dan is het aandeel in de voorraad niet te bepalen en wordt de tussenwinst een gok.
- Tussenwinst op vaste activa vergeten. Verkoopt de ene BV een machine met winst aan de andere, dan staat die machine in de groep te hoog en zijn de afschrijvingen elk jaar te hoog. Die winst elimineer je op dezelfde manier en laat je via de afschrijvingen vrijvallen.
In de consolidatiestaat zie je de eliminatie het duidelijkst: de losse BV's tellen op tot 38.000 euro, de eliminatiekolom toont min 8.000 euro en de geconsolideerde kolom eindigt op 30.000 euro. Wie de tussenwinst daar kan aanwijzen, kan hem ook uitleggen aan de accountant.
Zo werkt het in Easyclose
Easyclose consolideert bovenop de administraties van je BV's, ongeacht uit welk boekhoudpakket ze komen (auditfile, Excel/CSV of een directe koppeling). Onderlinge leveringen vallen weg via de eliminatierekeningen, en de tussenwinst op onderlinge leveringen die op balansdatum nog in voorraad liggen, wordt als aparte eliminatie zichtbaar in het geconsolideerde beeld. Je ziet dus niet alleen het geconsolideerde resultaat, maar ook welk bedrag eruit is gehaald en waarom.
In de consolidatiestaat staat per BV een kolom, dan de kolom met eliminaties en de geconsolideerde kolom, en elk bedrag klikt door tot de boekingsregel. De tussenwinst zelf rekent Easyclose per maand uit op het tabblad Tussenwinst onder Consolidatie inrichten: je legt per onderlinge levering de marge en de voorraadrekening van de afnemer vast, en Easyclose boekt de eliminatie én de terugdraaiing in het volgende jaar automatisch. Boek die dus niet ook nog handmatig, anders telt de eliminatie dubbel. Alleen correcties die daar niet onder vallen, leg je vast als handmatige consolidatieboeking, met debet is credit als eis. De RC-check controleert per maand of de onderlinge posities sluiten, zodat de basis onder de eliminaties klopt. Bekijk het zonder account in de demo met de fictieve Vermeulen Groep.
Veelgestelde vragen
Wat is tussenwinst in voorraad?
Tussenwinst in voorraad is de winst die een groepsmaatschappij maakt op een levering aan een andere groepsmaatschappij, terwijl de goederen op balansdatum nog binnen de groep in voorraad liggen. Voor de leverende BV is de winst gerealiseerd, voor de groep niet: er is nog niets aan een klant buiten de groep verkocht. Daarom heet het ook ongerealiseerde winst of intercompany-winst. Bij consolidatie haal je deze winst uit de voorraad en uit het groepsresultaat.
Waarom moet tussenwinst worden geëlimineerd bij consolidatie?
De geconsolideerde cijfers presenteren de groep als één onderneming. Een levering tussen twee BV's is voor die ene onderneming geen verkoop, maar een verplaatsing van voorraad. Blijft de tussenwinst staan, dan is de voorraad te hoog gewaardeerd (tegen de interne verkoopprijs in plaats van de kostprijs), is het groepsresultaat te hoog en is het eigen vermogen te hoog. Eliminatie zorgt dat winst pas meetelt als de goederen aan een derde zijn verkocht.
Hoe bereken je de tussenwinst in de voorraad?
Bepaal eerst welk deel van de voorraad van een groepsmaatschappij afkomstig is en tegen welke interne prijs het is geboekt. Bereken daarna de oorspronkelijke kostprijs van dat deel bij de leverende BV. Het verschil is de tussenwinst. Bij een vaste opslag op de kostprijs, bijvoorbeeld 25 procent, is de tussenwinst de interne voorraadwaarde maal 25 gedeeld door 125. Een voorraad van 40.000 euro bevat dan 8.000 euro tussenwinst.
Wat gebeurt er met de tussenwinst in het volgende boekjaar?
Zodra de voorraad in het volgende jaar aan een derde wordt verkocht, is de winst voor de groep alsnog gerealiseerd. Je draait de eliminatie van vorig jaar dan terug: de correctie loopt via het eigen vermogen aan het begin van het jaar en verlaagt de kostprijs van de omzet van dit jaar. Vergeet je de terugdraaiing, dan blijft het groepsresultaat structureel te laag. Aan het einde van het jaar bepaal je vervolgens opnieuw de tussenwinst op de voorraad die er dan ligt.
Moet ik tussenwinst ook elimineren bij een dochter die niet voor 100 procent van mij is?
Ja, de tussenwinst wordt volledig geëlimineerd, ook bij een dochter met een minderheidsbelang van derden. Wel speelt de richting van de levering een rol. Levert de dochter aan de moeder (upstream), dan zit de winst in het resultaat van de dochter en wordt de eliminatie in de praktijk vaak naar rato verdeeld over de groep en het aandeel derden. Levert de moeder aan de dochter (downstream), dan komt de eliminatie volledig ten laste van de groep. Overleg de precieze verdeling met je accountant.
Moet ik tussenwinst elke maand berekenen of alleen aan het jaareinde?
Voor betrouwbare maandcijfers is een schatting per maand of per kwartaal verstandig: voorraad maal het aandeel onderlinge leveringen maal de marge gedeeld door één plus de marge. Zo beweegt de tussenwinst mee met de voorraad en toont het groepsresultaat geen te hoog beeld tot december. Aan het jaareinde reken je precies uit, op basis van de voorraadtelling en de werkelijke onderlinge leveringen, omdat de accountant daarop controleert.