Het minderheidsbelang, ook aandeel derden genoemd, is het deel van het eigen vermogen en het resultaat van een volledig geconsolideerde dochtermaatschappij dat toebehoort aan aandeelhouders buiten de groep. Bij volledige consolidatie neem je honderd procent van alle activa, schulden, omzet en kosten van die dochter op, ook als je maar een deel van de aandelen bezit. Aan de vermogenskant en aan de resultaatkant corrigeer je vervolgens voor het deel dat aan die andere aandeelhouders toekomt, en dat deel is het minderheidsbelang.
Welke consolidatiemethode voor welke deelneming geldt, bepaal je vooraf; die keuze staat beschreven in consolidatiemethoden. Dit artikel gaat over wat daarna komt: hoe je het aandeel derden uitrekent, waar je het in de cijfers zet, en welke fouten je in de praktijk het vaakst ziet.
Waarom neem je honderd procent op als je maar tachtig procent bezit?
Consolideren gaat over zeggenschap, niet over eigendom. Bestuurt de moeder de dochter, dan staan alle machines, voorraden, debiteuren en schulden van die dochter onder haar leiding. Het beeld van de groep zou onvolledig zijn als daar maar tachtig procent van in de cijfers stond. Een dochter die 900.000 euro omzet maakt, heeft die 900.000 euro daadwerkelijk gefactureerd, ook al zit er een tweede aandeelhouder in.
Maar eigendom is iets anders. De winst van de dochter komt niet volledig aan de moeder toe, en het vermogen in de dochter is niet volledig van de groep. Dat verschil wordt zichtbaar in het aandeel derden. De logica blijft zo intact: alles erin voor het volledige beeld, en daarna één regel die zegt welk deel niet van de groep is.
Bij de andere methoden speelt dit niet. Bij proportionele consolidatie neem je alleen je eigen aandeel in elke post op, dus valt er niets te corrigeren. Bij de vermogensmutatiemethode staat de deelneming als één balansregel tegen het aandeel in het nettovermogen, en is het deel van derden nooit meegeteld.
Waar staat het minderheidsbelang in de cijfers?
Het aandeel derden komt op twee plaatsen terug, en op geen van beide plaatsen als schuld of als kostenpost.
- Op de balans: als aparte regel binnen het groepsvermogen. Dat groepsvermogen bestaat uit het deel dat toekomt aan de aandeelhouders van de moeder plus het aandeel derden. Het is geen schuld, want de groep hoeft dit bedrag niet terug te betalen: het is risicodragend vermogen dat aan iemand anders toebehoort.
- In de winst-en-verliesrekening: als aparte regel onderaan, na het geconsolideerde resultaat na belastingen. Wat daarna overblijft is het resultaat toekomend aan de moedermaatschappij. Het is geen kostenpost, want de groep betaalt hier niets voor. Het is een verdeling van winst die al is behaald.
Deze twee regels horen bij elkaar. Het aandeel derden op de balans van dit jaar is het aandeel derden van vorig jaar, plus het aandeel derden in het resultaat van dit jaar, min het dividend dat de dochter aan die derden heeft uitgekeerd. Klopt dat verband niet, dan zit er een rekenfout of een vergeten mutatie in.
Hoe bereken je het aandeel derden? Een uitgewerkt voorbeeld
Een moeder bezit 80 procent van een werkmaatschappij en consolideert die volledig; de overige 20 procent is van een medeaandeelhouder buiten de groep. De werkmaatschappij heeft eind boekjaar een eigen vermogen van 640.000 euro, inclusief het jaarresultaat van 185.000 euro.
Het rekenwerk is een vermenigvuldiging met het percentage dat niet van de groep is:
- Aandeel derden in het eigen vermogen: 20 procent van 640.000 is 128.000 euro.
- Aandeel derden in het resultaat: 20 procent van 185.000 is 37.000 euro.
- Resultaat van de dochter toekomend aan de moeder: 185.000 min 37.000 is 148.000 euro.
De moeder maakt zelf 120.000 euro resultaat en heeft een eigen vermogen van 900.000 euro, waarin de deelneming al tegen de nettovermogenswaarde staat. Na eliminatie van de onderlinge posten en van het resultaat deelneming ziet het geconsolideerde beeld er zo uit.
| Regel | Bedrag in euro's |
|---|---|
| Geconsolideerd resultaat na belastingen (120.000 plus 185.000) | 305.000 |
| Aandeel derden | 37.000 |
| Resultaat toekomend aan de moedermaatschappij | 268.000 |
| Eigen vermogen toekomend aan de moedermaatschappij | 900.000 |
| Aandeel derden | 128.000 |
| Totaal groepsvermogen | 1.028.000 |
De controle zit in de aansluiting. De 268.000 is precies het enkelvoudige resultaat van de moeder: 120.000 eigen resultaat plus 148.000 aandeel in de dochter. En de 900.000 is precies haar enkelvoudige eigen vermogen. Wijkt een van die twee af, dan is er in de consolidatie iets misgegaan.
Wat gebeurt er bij een dividenduitkering?
De werkmaatschappij keert 100.000 euro dividend uit: 80.000 euro naar de moeder, 20.000 euro naar de medeaandeelhouder. Het eigen vermogen van de dochter daalt naar 540.000 euro en het aandeel derden naar 20 procent daarvan, dus 108.000 euro. Dat is 20.000 euro lager dan de 128.000 van hiervoor, precies het bedrag dat buiten de groep is uitbetaald.
De 80.000 euro naar de moeder verhuist alleen van de ene BV naar de andere en valt weg als intercompany-eliminatie. Het groepsvermogen daalt dus van 1.028.000 naar 1.008.000 euro.
En bij een verlies in het jaar erna?
Het jaar daarna draait de werkmaatschappij 60.000 euro verlies. Het aandeel derden daarin is 20 procent, dus 12.000 euro; 48.000 euro komt ten laste van de moeder. In de geconsolideerde winst-en-verliesrekening staat het volledige verlies van 60.000, en de regel aandeel derden is nu positief 12.000: derden dragen mee in het verlies. Op de balans zakt het eigen vermogen van de dochter naar 480.000 euro en het aandeel derden naar 96.000 euro, oftewel 108.000 min 12.000. De controleregel klopt weer.
Hoe bereken je het effectieve belang langs een keten?
Zodra er een tussenholding in de structuur zit, is het percentage op papier niet het percentage dat telt. Het effectieve belang is het product van de percentages langs de keten.
Een moeder bezit 80 procent van een tussenholding, die op haar beurt 70 procent van een kleindochter bezit. Het effectieve belang van de moeder in de kleindochter is dan 0,80 maal 0,70 is 0,56, oftewel 56 procent. Het aandeel derden in die kleindochter is dus 100 min 56 is 44 procent, en niet de 30 procent uit het aandeelhoudersregister van de kleindochter.
Met bedragen erbij: de kleindochter heeft een eigen vermogen van 400.000 euro en een resultaat van 90.000 euro. Het aandeel derden is dan 44 procent van 400.000, dus 176.000 euro in het vermogen, en 44 procent van 90.000, dus 39.600 euro in het resultaat.
Je kunt dat laag voor laag narekenen, en dat is meteen de beste controle:
- Bij de kleindochter zit 30 procent bij een externe aandeelhouder: 30 procent van 400.000 is 120.000 euro.
- Van de kleindochter komt 70 procent van 400.000, dus 280.000 euro, toe aan de tussenholding. Daarvan zit 20 procent bij de externe aandeelhouder van de tussenholding: 20 procent van 280.000 is 56.000 euro.
- Samen 120.000 plus 56.000 is 176.000 euro, gelijk aan de uitkomst van de rechtstreekse berekening met 44 procent.
Voor het resultaat werkt het net zo: 30 procent van 90.000 is 27.000 euro, plus 20 procent van de resterende 63.000 is 12.600 euro, samen 39.600 euro. Let op het verschil tussen zeggenschap en eigendom: de moeder heeft via de tussenholding de volledige zeggenschap over de kleindochter, terwijl ze er economisch maar 56 procent van bezit. De kleindochter wordt dus wel volledig geconsolideerd.
Welke bijzondere situaties vragen extra aandacht?
Drie situaties komen in het mkb regelmatig voor en verdienen een aparte behandeling. Voor de precieze verslaggevingsregels stem je ze af met je accountant.
- Een belang dat gedurende het jaar verandert. Koopt de moeder in juli de resterende aandelen bij, dan verdeel je het resultaat naar tijdsgelang: de eerste zes maanden tegen het oude percentage, de laatste zes tegen het nieuwe. Op de eindbalans staat het aandeel derden tegen het nieuwe percentage, hier nul.
- Een dochter met een negatief eigen vermogen. Dan is het aandeel derden rekenkundig ook negatief. Of je dat negatieve bedrag laat staan of op nul zet, hangt af van de vraag of de minderheidsaandeelhouder verplicht is bij te storten. Dat is een verslaggevingskeuze die je vastlegt en toelicht.
- Stemrecht dat afwijkt van eigendom. Bij prioriteitsaandelen, stemrechtloze aandelen of afspraken in een aandeelhoudersovereenkomst kan de moeder de zeggenschap hebben met een kleiner economisch belang, of andersom. De consolidatiemethode volgt dan de zeggenschap, terwijl het aandeel derden het economische belang volgt. Leg beide percentages apart vast.
Wat gaat er in de praktijk mis?
- Het aandeel derden wordt vergeten. De dochter wordt volledig geconsolideerd, maar de regel aandeel derden ontbreekt. Het groepsvermogen is dan te hoog, in het voorbeeld hierboven met 128.000 euro, en het resultaat toekomend aan de moeder met 37.000 euro. Dat valt niet op omdat de balans gewoon sluit, wel zodra je het geconsolideerde vermogen aansluit op het enkelvoudige vermogen van de moeder.
- Eigendom en zeggenschap worden door elkaar gehaald. Iemand vult 60 procent zeggenschap in als eigendomspercentage en berekent het aandeel derden op 40 procent, terwijl het economische belang 51 procent is. Leg per deelneming beide percentages vast, ook als ze meestal gelijk zijn.
- Bij een tussenholding wordt het effectieve belang niet doorgerekend. Men neemt de 30 procent van de kleindochter over uit het aandeelhoudersregister, terwijl het aandeel derden 44 procent is. In het voorbeeld hierboven scheelt dat 56.000 euro in het groepsvermogen en 12.600 euro in het resultaat.
- Het aandeel derden wordt berekend over het resultaat vóór eliminaties. Zit er nog niet-gerealiseerde tussenwinst in het resultaat van de dochter, of loopt er een managementfee die tegen elkaar wegvalt, dan reken je over een bedrag dat de groep helemaal niet heeft verdiend. Elimineer eerst, bereken daarna. Welke posten je moet elimineren en in welke volgorde je werkt, staat in het stappenplan consolideren.
- Een gewijzigd belang wordt voor het hele jaar op de eindstand berekend. De moeder koopt in oktober bij van 70 naar 90 procent, en het aandeel derden in het resultaat wordt over twaalf maanden op 10 procent gezet. Daarmee schuift winst die aan de oude aandeelhouder toekwam naar de groep. Verdeel het resultaat naar tijdsgelang en laat de knip zichtbaar staan in de consolidatiestaat.
Het minderheidsbelang is uiteindelijk een korte rekensom met een lange staart: één vermenigvuldiging, maar wel eentje die je per dochter, per laag en per periode consequent moet toepassen. Wie de percentages vastlegt, elk jaar de aansluiting van beginstand naar eindstand maakt en de knip bij een belangswijziging zichtbaar houdt, heeft dit onderwerp onder controle.
Zo werkt het in Easyclose
In Easyclose leg je per BV vast wie de moeder is, wat het eigendomspercentage is, wat het zeggenschapspercentage is en welke consolidatiemethode geldt: volledig, proportioneel, vermogensmutatie of niet consolideren. Easyclose stelt de methode voor op basis van de zeggenschap en waarschuwt bij een afwijkende keuze. Het effectieve belang wordt langs de keten berekend, dus ook bij een tussenholding, en het minderheidsbelang in resultaat en eigen vermogen wordt apart getoond. Een groepsschema laat de structuur in één beeld zien.
In de consolidatiestaat staat naast een kolom per BV en een kolom IC-eliminaties ook een kolom eigendomscorrectie, voor proportionele consolidatie of een belang van minder dan honderd procent. Elk bedrag klikt door tot de boekingsregel, zodat je een afwijking herleidt tot de bron. De administraties zelf komen uit een auditfile, uit Excel of uit een directe koppeling. Bekijk het in de demo met de Vermeulen Groep, die ook een minderheidsdeelneming bevat.
Veelgestelde vragen
Wat is een minderheidsbelang in de consolidatie?
Het minderheidsbelang, ook aandeel derden genoemd, is het deel van het eigen vermogen en het resultaat van een volledig geconsolideerde dochter dat toebehoort aan aandeelhouders buiten de groep. Bij volledige consolidatie neem je honderd procent van alle posten van die dochter op, ook als je maar een deel bezit, en corrigeer je aan de vermogenskant en de resultaatkant voor het deel van die andere aandeelhouders.
Hoe bereken je het aandeel derden in het resultaat?
Je vermenigvuldigt het resultaat van de dochter na eliminaties met het percentage dat niet van de groep is. Bezit de moeder 80 procent en maakt de dochter 185.000 euro winst, dan is het aandeel derden 20 procent daarvan, dus 37.000 euro. Het resultaat toekomend aan de moeder is de rest, 148.000 euro. Elimineer eerst de onderlinge posten en reken daarna pas.
Is het minderheidsbelang een schuld of eigen vermogen?
Eigen vermogen. Het aandeel derden staat als aparte regel binnen het groepsvermogen op de balans en is geen schuld: de groep hoeft dit bedrag niet terug te betalen, het is risicodragend vermogen dat aan iemand anders toebehoort. In de winst-en-verliesrekening is het evenmin een kostenpost, maar een verdeling van winst die al behaald is, in een regel onder het geconsolideerde resultaat.
Wat is het effectieve belang bij een tussenholding?
Het effectieve belang is het product van de percentages langs de keten. Bezit een moeder 80 procent van een tussenholding en die tussenholding 70 procent van een kleindochter, dan is het effectieve belang 0,80 maal 0,70 is 56 procent. Het aandeel derden in die kleindochter is dus 44 procent, en niet de 30 procent die in het aandeelhoudersregister van de kleindochter staat.
Wat gebeurt er met het aandeel derden bij een dividenduitkering door de dochter?
Het aandeel derden daalt met het dividend dat aan die derden wordt uitgekeerd. Keert een dochter met 640.000 euro eigen vermogen 100.000 euro dividend uit bij een belang van 80 procent, dan gaat 20.000 euro naar de minderheidsaandeelhouder en zakt het aandeel derden van 128.000 naar 108.000 euro. Het deel dat naar de moeder gaat, valt weg als onderlinge post en raakt het groepsvermogen niet.
Wat doe je als een geconsolideerde dochter een negatief eigen vermogen heeft?
Rekenkundig wordt het aandeel derden dan ook negatief. Of je dat negatieve bedrag laat staan of op nul zet, hangt ervan af of de minderheidsaandeelhouder verplicht is bij te storten. Dat is een verslaggevingskeuze die je vastlegt en toelicht in de jaarrekening. Stem deze situatie af met je accountant, want de behandeling bepaalt ook hoe volgende winsten worden verdeeld.