KENNISBANK · RAPPORTAGE EN DASHBOARDS

Werkkapitaal berekenen en verbeteren: waar je geld vastzit

Werkkapitaal berekenen doe je met drie termijnen: debiteuren, voorraad en crediteuren. Met een uitgewerkt voorbeeld zie je hoeveel geld vrijkomt bij acht dagen sneller incasseren.

In dit artikel: Wat is het verschil tussen netto en operationeel werkkapitaal? · Welke drie knoppen bepalen je werkkapitaal? · Hoe reken je werkkapitaal en de geldconversiecyclus uit? · Waarom kost groei geld? · Welke streefwaarden horen bij jouw bedrijf? · Wat gaat er in de praktijk mis? · Zo werkt het in Easyclose · Veelgestelde vragen

Werkkapitaal is het verschil tussen de vlottende activa en de kortlopende schulden van een bedrijf: het geld dat vastzit in voorraad en in facturen die klanten nog moeten betalen, verminderd met wat je zelf nog aan leveranciers verschuldigd bent. Het is het bedrag dat je moet financieren om te kunnen draaien, nog voordat er een euro winst is uitgekeerd. Hoe langer het duurt voordat een euro omzet echt op je bankrekening staat, hoe meer werkkapitaal je nodig hebt.

Wat is het verschil tussen netto en operationeel werkkapitaal?

Er zijn twee varianten in omloop, die een andere vraag beantwoorden.

  • Netto werkkapitaal is alle vlottende activa min alle kortlopende schulden. Daar zitten ook de bank, een rekening-courantkrediet en de af te dragen btw in. Deze variant beschrijft je liquiditeitspositie op de balansdatum.
  • Operationeel werkkapitaal is de scherpere variant: voorraad plus debiteuren min crediteuren, zonder bank en zonder financiering. Deze variant beschrijft het geld dat in het proces zelf vastzit.

Het verschil is niet academisch. Neemt een bedrijf een lening van 300.000 euro op, dan stijgt het netto werkkapitaal met 300.000 euro, terwijl er in de bedrijfsvoering niets is veranderd. De netto variant beweegt mee met financieringsbesluiten en vertelt je dus niet waar je iets aan kunt doen.

Operationeel werkkapitaal beweegt alleen mee met drie processen: hoeveel je inkoopt en op voorraad legt, hoe snel je factureert en incasseert, en hoe je met je leveranciers afrekent. Daarom stuur je op de operationele variant en rapporteer je de netto variant.

Welke drie knoppen bepalen je werkkapitaal?

Achter die drie posten zitten drie kengetallen in dagen. Dagen groeien niet mee met de omzet en blijven daardoor over jaren heen vergelijkbaar.

  • Debiteurentermijn (ook DSO genoemd): de openstaande debiteuren gedeeld door de omzet over de periode, maal het aantal dagen van die periode. Het gemiddelde aantal dagen tussen factureren en betaald krijgen.
  • Voorraadtermijn: de voorraad gedeeld door de inkoopwaarde van de omzet, maal het aantal dagen van de periode. Het aantal dagen dat een artikel gemiddeld in het magazijn ligt.
  • Crediteurentermijn: de crediteuren gedeeld door de inkoopwaarde van de omzet, maal het aantal dagen van de periode. Het gemiddelde aantal dagen dat je zelf neemt om te betalen.

De drie samen vormen de geldconversiecyclus (cash conversion cycle): debiteurentermijn plus voorraadtermijn min crediteurentermijn. Dat is het aantal dagen tussen het betalen van je leverancier en het ontvangen van geld van je klant. Elke dag in die cyclus financier je voor, uit eigen vermogen of uit krediet.

Twee dingen bepalen of je uitkomst betekenis heeft. Reken op dezelfde grondslag: debiteuren staan inclusief btw op de balans en omzet exclusief btw in de winst-en-verliesrekening, dus zonder correctie tel je er al snel tien dagen bij. En reken per maand: een eindstand per 31 december zegt weinig bij een bedrijf met een najaarspiek.

Hoe reken je werkkapitaal en de geldconversiecyclus uit?

Neem een handelsbedrijf met 4.800.000 euro omzet per jaar en 3.100.000 euro inkoopwaarde van de omzet. Op de balans staan debiteuren voor 720.000 euro, voorraad voor 460.000 euro en crediteuren voor 380.000 euro, op dezelfde grondslag. We rekenen met 365 dagen.

KengetalBerekeningUitkomst
Debiteurentermijn720.000 / 4.800.000 x 36554,8 dagen
Voorraadtermijn460.000 / 3.100.000 x 36554,2 dagen
Crediteurentermijn380.000 / 3.100.000 x 36544,7 dagen
Geldconversiecyclus54,8 + 54,2 - 44,764,3 dagen

Het operationeel werkkapitaal is 720.000 plus 460.000 min 380.000 is 800.000 euro, oftewel 16,7 procent van de omzet. Dit bedrijf heeft dus acht ton nodig om zijn handel te draaien, en het duurt gemiddeld 64 dagen voordat een euro die naar een leverancier gaat, terugkomt van een klant.

Wat levert acht dagen sneller incasseren op?

De omzet per dag is 4.800.000 gedeeld door 365, dus 13.151 euro. Gaat de debiteurentermijn van 54,8 naar 46,8 dagen, dan daalt de debiteurenstand met 8 maal 13.151 is ruim 105.000 euro, naar ongeveer 615.000 euro. Het werkkapitaal wordt dan 615.000 plus 460.000 min 380.000 is 695.000 euro en de cyclus 56,3 dagen. Ruim een ton vrij geld, zonder dat er een euro omzet of winst bij komt.

En bij twintig procent groei?

Stijgt de omzet naar 5.760.000 euro en de inkoopwaarde naar 3.720.000 euro bij gelijke termijnen, dan groeien de posten evenredig mee: debiteuren naar 864.000, voorraad naar 552.000 en crediteuren naar 456.000 euro. Het werkkapitaal wordt 864.000 plus 552.000 min 456.000 is 960.000 euro, een stijging van 160.000 euro die je in datzelfde jaar moet financieren. Doe je beide tegelijk, dus groeien en acht dagen sneller incasseren, dan blijft het werkkapitaal op 834.000 euro staan en kost de groei nog 34.000 euro.

Waarom kost groei geld?

Hier komen winstgevende bedrijven in de knel. Werkkapitaal is een percentage van de omzet, dus als de omzet stijgt, stijgt het werkkapitaal mee. Je koopt eerder in, legt meer voorraad aan en stuurt meer facturen die nog niet betaald zijn: de uitgaven lopen vooruit, de ontvangsten lopen achter.

De winst komt intussen pas later binnen, en niet als geld maar als winst. Een bedrijf kan dus een prima marge laten zien en tegelijk zijn krediet volledig opgebruiken. Dat is geen boekhoudkundig probleem maar een timingprobleem: winst is niet hetzelfde als kasstroom. Bij groei verschuift bovendien vaak de mix, want grotere klanten bedingen langere betaaltermijnen en nieuwe artikelen vragen extra voorraad. In een financieel dashboard horen de drie termijnen daarom naast omzet en marge te staan, niet op een tabblad dat niemand opent.

Welke streefwaarden horen bij jouw bedrijf?

Er bestaat geen algemene norm voor werkkapitaal. Een groothandel met een eigen magazijn zit structureel hoger dan een dienstverlener zonder voorraad, en wie aan consumenten levert die direct afrekenen, heeft soms een negatieve cyclus. Als vuistregel haal je je streefwaarden uit drie bronnen.

  1. Je eigen historie. De beste maand van vorig jaar is een realistischer doel dan een branchegetal: die maand heb je zelf gehaald, met dezelfde klanten. Zet de termijn per maand naast elkaar, zoals bij het vergelijken met budget en vorig jaar.
  2. Je branche. De voorraadtermijn volgt je assortiment, de crediteurentermijn de gewoonten in je sector. Vraag die getallen op bij je brancheorganisatie of je accountant.
  3. Je eigen afspraken. Zeggen je voorwaarden dertig dagen en is je debiteurentermijn 55 dagen, dan is dat verschil van 25 dagen geen norm maar een lek. Dat is de eerste streefwaarde die je vaststelt.
VuistregelZet een streefwaarde per knop, niet op het totaal. Een doel als "werkkapitaal omlaag" is van niemand. "Debiteurentermijn van 55 naar 47 dagen voor 1 juli" heeft een eigenaar en een datum.

Wat gaat er in de praktijk mis?

  • Alleen naar het banksaldo kijken. Een comfortabel saldo is zo verdwenen als de kwartaalbtw, het vakantiegeld en een grote inkooporder in dezelfde week vallen. Het saldo is de uitkomst, de drie termijnen zijn de oorzaak.
  • Kengetallen op jaarcijfers berekenen terwijl de piek in het seizoen zit. Een bedrijf met een najaarspiek heeft in november 900.000 euro voorraad en in februari 300.000 euro. Reken je met de eindstand per 31 december, dan komt er een voorraadtermijn uit die in geen enkele maand klopt en die je behoefte in het najaar onderschat.
  • De crediteurentermijn oprekken als enige maatregel. Later betalen verbetert de cyclus onmiddellijk en kost niets, op papier. In werkelijkheid raak je betaalkorting kwijt, verlies je voorrang bij schaarste en gaat een leverancier op vooruitbetaling over. Rek alleen op tot wat je hebt afgesproken.
  • Debiteuren beoordelen op het totaal in plaats van op ouderdom. Een stand van 720.000 euro kan vlot lopende facturen van vorige maand zijn, of voor 180.000 euro posten die al langer dan negentig dagen openstaan. Alleen een ouderdomsanalyse per klant laat het verschil zien.
  • Een voorraadstijging presenteren als investering zonder onderbouwing. "We hebben ingekocht voor de groei" is pas een investering als je laat zien om welke artikelen het gaat, welke omzet daaronder ligt en hoe snel ze doorlopen. Anders is het incourante voorraad die je pas over twee jaar afboekt. Leg de onderbouwing vast in je balansdossier.

Werkkapitaal sturen is daarmee geen eenmalige actie maar een vast onderdeel van je maandcyclus: drie kengetallen berekenen, ze naast je streefwaarde en naast vorige maand zetten, en per afwijking benoemen welke klant, welk artikel of welke leverancier erachter zit. Wie de drie termijnen opneemt in de maandrapportage, ziet een oplopende cyclus in de maand dat hij ontstaat en niet pas als de bank belt.

Zo werkt het in Easyclose

Hieronder lees je hoe Easyclose je hierbij helpt. Liever eerst zelf kijken? Open de demo, zonder account.

Easyclose haalt de cijfers uit je boekhoudpakket via een auditfile, Excel of een directe koppeling die elke nacht ververst, en zet het werkkapitaal per maand op een rij. Het liquiditeitsscherm toont het kasstroomoverzicht, het werkkapitaal met je eigen streefwaarden en een prognose op basis van je budget en de verwachte in- en uitgaande stromen. De kengetallen zet je als widget op een eigen dashboard, naast omzet en marge, met vergelijking tegen budget, vorig jaar en vorige periode.

Omdat je per maand kijkt in plaats van per jaar, valt een seizoenspiek op in de maandmatrix in plaats van weg te vallen in een jaargemiddelde. Elk bedrag klikt door tot de boekingsregel, met datum, dagboek, relatie en factuurreferentie, zodat je vanuit een stijgende debiteurenstand meteen bij de facturen komt die eronder zitten. De accountanalyse zet facturen per debiteur of crediteur in een maandmatrix. Elke tabel gaat naar Excel, het maandpakket naar PDF of PowerPoint. Zelf kijken kan in de demo.

Veelgestelde vragen

Wat is werkkapitaal?

Werkkapitaal is het verschil tussen de vlottende activa en de kortlopende schulden van een bedrijf. Het is het geld dat vastzit in de dagelijkse bedrijfsvoering: in voorraad en in facturen die klanten nog moeten betalen, verminderd met wat je zelf nog aan leveranciers verschuldigd bent. Dat bedrag moet je financieren om te kunnen draaien, uit eigen vermogen of uit krediet, nog voordat er een euro winst is uitgekeerd.

Wat is het verschil tussen netto werkkapitaal en operationeel werkkapitaal?

Netto werkkapitaal is alle vlottende activa min alle kortlopende schulden, dus inclusief bank, krediet en belastingschulden. Operationeel werkkapitaal is voorraad plus debiteuren min crediteuren, zonder bank en zonder financiering. De netto variant beweegt mee met financieringsbesluiten: een nieuwe lening laat hem stijgen zonder dat er in het bedrijf iets verandert. De operationele variant beweegt alleen mee met inkoop, facturatie en betaalgedrag, en is daarom de variant waarop je stuurt.

Hoe bereken je de debiteurentermijn?

De debiteurentermijn bereken je door de openstaande debiteuren te delen door de omzet over de periode en die uitkomst te vermenigvuldigen met het aantal dagen in die periode. Bij 720.000 euro debiteuren en 4.800.000 euro jaaromzet is dat 720.000 gedeeld door 4.800.000, maal 365, dus 54,8 dagen. Let op dezelfde grondslag: debiteuren staan inclusief btw op de balans, omzet staat exclusief btw in de winst-en-verliesrekening.

Wat is de geldconversiecyclus of cash conversion cycle?

De geldconversiecyclus is de debiteurentermijn plus de voorraadtermijn min de crediteurentermijn. De uitkomst in dagen zegt hoeveel tijd er zit tussen het betalen van je leverancier en het ontvangen van geld van je klant. Bij 54,8 dagen debiteuren, 54,2 dagen voorraad en 44,7 dagen crediteuren is de cyclus 64,3 dagen. Elke dag in die cyclus moet je voorfinancieren, uit eigen vermogen of uit krediet.

Waarom kost groei werkkapitaal?

Omdat werkkapitaal meegroeit met de omzet. Bij twintig procent meer omzet en gelijkblijvende termijnen groeien voorraad, debiteuren en crediteuren evenredig mee: een werkkapitaal van 800.000 euro wordt 960.000 euro, dus 160.000 euro extra financieringsbehoefte. De uitgaven lopen vooruit en de ontvangsten lopen achter, terwijl de winst pas later als geld binnenkomt. Een winstgevend bedrijf kan daardoor tijdens een groeispurt krap komen te zitten.

Hoe verlaag je je werkkapitaal zonder je leveranciers te benadelen?

Begin bij de debiteuren en de voorraad, niet bij later betalen. Factureer direct na levering, bel bij de eerste dag overschrijding, werk met een ouderdomsanalyse per klant en spreek deelbetalingen af bij grote opdrachten. Ruim bij de voorraad de artikelen op die nauwelijks doorlopen. Bij acht dagen kortere debiteurentermijn op 4.800.000 euro omzet komt ruim 105.000 euro vrij. De crediteurentermijn rek je alleen op tot wat is afgesproken.

Verder lezen

Zie het met echte cijfers, zonder account

De demo bevat de fictieve Vermeulen Groep: twee BV's, een holding, een complete maandafsluiting en een bewust verstopt rekening-courant-verschil. Klik erdoorheen zoals je in je eigen omgeving zou doen.

Probeer de live demo
  • Werkt met elk boekhoudpakket: auditfile, Excel of koppeling
  • Elk bedrag klikt door tot op de boekingsregel
  • Consolidatie met zichtbare eliminaties en RC-check
  • EU-hosting, elke organisatie strikt gescheiden