KENNISBANK · RAPPORTAGE EN DASHBOARDS

Kasstroomoverzicht indirecte methode: van winst naar kasstroom

Kasstroomoverzicht volgens de indirecte methode: waarom winst geen geld is, hoe je van resultaat naar operationele kasstroom rekent en een uitgewerkt voorbeeld dat aansluit op het banksaldo.

In dit artikel: Waarom is winst geen geld? · Hoe is een kasstroomoverzicht opgebouwd? · Wat is het verschil tussen de indirecte en de directe methode? · Hoe haal je een kasstroomoverzicht uit je maandcijfers? · Een uitgewerkt rekenvoorbeeld · Wat gaat er in de praktijk mis? · Zo werkt het in Easyclose · Veelgestelde vragen

Een kasstroomoverzicht is het overzicht dat laat zien waar het geld in een periode vandaan kwam en waar het heen ging, verdeeld over drie stromen: de operationele kasstroom (geld uit de gewone bedrijfsvoering), de investeringskasstroom (aankoop en verkoop van vaste activa) en de financieringskasstroom (leningen, aflossingen, kapitaal en dividend). Bij de indirecte methode begin je bij het resultaat uit de winst-en-verliesrekening en corrigeer je dat stap voor stap naar geld. Bij de directe methode tel je de werkelijke ontvangsten en uitgaven bij elkaar op. Beide methoden eindigen bij hetzelfde getal: de mutatie van de liquide middelen.

Waarom is winst geen geld?

De winst-en-verliesrekening meet prestatie, geen geld. Kosten en opbrengsten horen bij de periode waarin ze zijn verdiend of verbruikt, niet bij de maand waarin de bank beweegt. Daardoor kan een bedrijf winstgevend zijn en toch krap zitten. Drie mechanismen verklaren vrijwel het hele verschil.

  • Afschrijvingen kosten geen geld. Je boekt elke maand afschrijving op een machine, maar het geld ging al bij aanschaf van de bank af. In het resultaat staat een kost, op de rekening gebeurt niets. Daarom tel je afschrijvingen weer op bij het resultaat.
  • Een groeiende debiteurenpost kost wel geld. Groei je hard, dan factureer je meer dan je int. Elke euro die de debiteurenpost stijgt, is een euro die je hebt voorgefinancierd.
  • Een aflossing raakt het resultaat niet. Los je 60.000 euro af op een lening, dan is dat geen kost. Alleen de rente komt in de winst-en-verliesrekening terecht. De aflossing zelf gaat wel van de bank en hoort dus in het kasstroomoverzicht thuis, onder financiering.

Hetzelfde geldt voor voorraad, crediteuren, vooruitbetaalde en nog te ontvangen posten, btw-schulden en aanbetalingen van klanten. Al die posten schuiven geld naar voren of naar achteren zonder dat het resultaat verandert.

Hoe is een kasstroomoverzicht opgebouwd?

De indirecte methode volgt altijd dezelfde volgorde. Je rekent van boven naar beneden en de optelsom komt uit op een getal dat je kunt controleren.

  1. Nettoresultaat over de periode, zoals het in de winst-en-verliesrekening staat.
  2. Plus de posten zonder geldstroom. Afschrijvingen, amortisatie, mutaties in voorzieningen en een boekwinst of boekverlies bij verkoop van een bedrijfsmiddel. Een boekwinst haal je eraf, een boekverlies tel je erbij.
  3. Plus of min de mutatie in het werkkapitaal. Vorderingen en voorraad omhoog kost geld, omlaag levert geld op. Kortlopende schulden omhoog levert geld op, omlaag kost geld.
  4. Samen is dit de operationele kasstroom.
  5. Investeringskasstroom. Betaalde investeringen eraf, ontvangen verkoopopbrengsten erbij. Let op: de ontvangst bij verkoop, niet de boekwinst.
  6. Financieringskasstroom. Nieuwe leningen en gestort kapitaal erbij, aflossingen en uitgekeerd dividend eraf.

De som van de drie stromen is de mutatie van de liquide middelen. Dat bedrag moet precies gelijk zijn aan het verschil tussen het eindsaldo en het beginsaldo van bank en kas. Sluit dat niet aan, dan is het overzicht niet af. Die aansluiting is de enige harde controle die je hebt, en hij werkt alleen als de bank is bijgewerkt en afgeletterd, zoals bij bank afletteren.

Wat is het verschil tussen de indirecte en de directe methode?

De indirecte methode redeneert vanuit het resultaat en de balansmutaties. Je hebt er niets anders voor nodig dan cijfers die je toch al hebt: twee balansen en een winst-en-verliesrekening. Daarom wordt hij in het mkb vrijwel altijd gebruikt.

De directe methode telt de werkelijke geldstromen op: ontvangen van klanten, betaald aan leveranciers, betaald aan personeel, betaalde rente en belastingen. Dat leest prettiger, maar vraagt dat je elke bankmutatie naar categorie kunt indelen, en die indeling is er in veel administraties niet zonder extra werk. De uitkomst is bij beide methoden identiek, alleen de weg ernaartoe verschilt.

Hoe haal je een kasstroomoverzicht uit je maandcijfers?

Je hebt drie dingen nodig: de balans aan het begin van de periode, de balans aan het einde en de winst-en-verliesrekening over die periode. Van elke balanspost bepaal je de mutatie en waar die thuishoort. Een stijging van een schuld levert geld op, een stijging van een bezit kost geld.

De valkuil is dat een balansmutatie niet altijd een geldstroom is. Drie situaties waarin je moet oppassen:

  • Een boekwinst of boekverlies. Verkoop je een bus met een boekwaarde van 18.000 euro voor 25.000 euro, dan staat er 7.000 euro boekwinst in het resultaat, terwijl er 25.000 euro binnenkwam. Haal de boekwinst uit het resultaat en zet de volle 25.000 euro onder investeringen.
  • Een herrubricering. Het langlopende deel van een lening dat naar kortlopend verschuift, beweegt twee balansposten zonder dat er een cent is betaald. Hetzelfde geldt voor een oninbare debiteur die je afboekt.
  • Een investering die via een lening is gefinancierd. Financiert de leverancier of de bank het bedrijfsmiddel rechtstreeks, dan komt er wel een actief en een schuld bij, maar liep er geen geld over je eigen rekening. Neem het bedrag aan beide kanten op, of licht het toe als transactie zonder geldstroom.
VuistregelBouw het overzicht per maand, niet alleen per jaar. Een jaar dat prima sluit, kan drie maanden bevatten waarin het krap was.

Een uitgewerkt rekenvoorbeeld

Neem een handelsonderneming met een nettoresultaat van 285.000 euro over het jaar en 140.000 euro afschrijvingen. De debiteuren stegen met 95.000 euro, de voorraad daalde met 30.000 euro en de crediteuren stegen met 45.000 euro. Er is voor 220.000 euro aan machines gekocht, een nieuwe lening van 150.000 euro opgenomen en 60.000 euro afgelost. Het banksaldo was aan het begin van het jaar 210.000 euro.

RegelBedrag in euro's
Nettoresultaat285.000
Bij: afschrijvingen140.000
Af: stijging debiteuren-95.000
Bij: daling voorraad30.000
Bij: stijging crediteuren45.000
Operationele kasstroom405.000
Af: investering in machines-220.000
Investeringskasstroom-220.000
Bij: nieuwe lening150.000
Af: aflossing op de lening-60.000
Financieringskasstroom90.000
Mutatie liquide middelen275.000

De mutatie in het werkkapitaal is samen 20.000 euro negatief: 30.000 plus 45.000 min 95.000 is 20.000 negatief. De operationele kasstroom is daarmee 285.000 plus 140.000 min 20.000 is 405.000 euro. De financieringskasstroom is 150.000 min 60.000 is 90.000 euro. De drie stromen samen: 405.000 min 220.000 plus 90.000 is 275.000 euro.

De aansluiting maakt het overzicht af: beginsaldo 210.000 euro plus de mutatie van 275.000 euro is een eindsaldo van 485.000 euro. Staat er op de laatste dag van het jaar een ander bedrag op bank en kas, dan mis je een post of staat een mutatie in de verkeerde stroom. Het verschil tussen de winst van 285.000 euro en de kasstroom van 275.000 euro is bovendien in een zin uit te leggen: de afschrijvingen brachten geld terug, het werkkapitaal en de investering slokten geld op en de financiering vulde een deel weer aan.

Wat gaat er in de praktijk mis?

  • De balansmutatie van vaste activa als investering nemen. De boekwaarde daalde van 800.000 naar 720.000 euro, dus schrijft iemand 80.000 euro investering op. In werkelijkheid was er 220.000 euro geinvesteerd, 140.000 euro afgeschreven en misschien ook nog iets verkocht. Reken terug via het verloopoverzicht van de vaste activa, nooit via het saldoverschil.
  • De boekwinst dubbel tellen. De boekwinst van 7.000 euro blijft in het resultaat staan en de volle verkoopopbrengst van 25.000 euro komt ook onder investeringen. Dan telt dezelfde 7.000 euro twee keer mee. De boekwinst hoort eruit bij de correcties zonder geldstroom.
  • Niet aansluiten op het banksaldo. De eindstand wordt nooit vergeleken met wat er echt op de rekening staat. Zonder die controle weet je niet of het overzicht klopt. Onderbouw elke balanspost die je gebruikt, zoals gebruikelijk is in een balansdossier.
  • Alleen per jaar kijken. Het jaar sluit met een plus, maar in juli en augustus stond het krediet vol. Een overzicht per maand maakt die krapte zichtbaar, ruim voordat de bank erover belt.
  • De rekening-courant met de DGA als operationele post behandelen. Een opname of storting van de directeur-grootaandeelhouder is geen bedrijfsvoering maar financiering. Staat die mutatie tussen het werkkapitaal, dan lijkt de operationele kasstroom beter of slechter dan hij is. Over de fiscale kant hiervan stem je af met je accountant.

Een kasstroomoverzicht volgens de indirecte methode is daarmee geen extra rapport naast de cijfers, maar de brug tussen het resultaat en het banksaldo. Wie die brug elke maand legt, kan uitleggen waarom een winstgevende maand toch geld kostte. Het overzicht hoort in elk maandpakket, naast de winst-en-verliesrekening en de balans, zoals beschreven bij de maandrapportage opstellen, en verdient een vaste plek op het financieel dashboard.

Zo werkt het in Easyclose

Hieronder lees je hoe Easyclose je hierbij helpt. Liever eerst zelf kijken? Open de demo, zonder account.

Easyclose leest je cijfers uit elk boekhoudpakket in, via een auditfile (XAF), Excel of CSV, of via een directe koppeling met Exact Online, AFAS, e-Boekhouden, Syntess of een eigen datawarehouse die de cijfers elke nacht ververst. Bij het inlezen wordt gecontroleerd of debet gelijk is aan credit, of de balans sluit en of alle perioden aanwezig zijn. Op die basis staat een liquiditeitsmodule met een kasstroomoverzicht, werkkapitaal met streefwaarden en een liquiditeitsprognose die op je eigen cijfers en je eigen budget stoelt.

Het kasstroomoverzicht bekijk je per maand, cumulatief tot en met de gekozen rapportagemaand of over de laatste twaalf maanden, zodat een krappe maand niet wegvalt in een goed jaar. Elk bedrag klikt door tot de boekingsregel met datum, dagboek, boekstuk, relatie en factuurreferentie, zodat je een onverwachte mutatie meteen kunt herleiden. Elke tabel gaat naar een opgemaakt Excel-bestand en het maandpakket naar PDF of PowerPoint. Zelf proberen kan in de demo.

Veelgestelde vragen

Wat is een kasstroomoverzicht volgens de indirecte methode?

Een kasstroomoverzicht volgens de indirecte methode begint bij het nettoresultaat en corrigeert dat naar geld. Je telt de posten zonder geldstroom op, zoals afschrijvingen en mutaties in voorzieningen, en verwerkt daarna de mutatie in het werkkapitaal. Zo ontstaat de operationele kasstroom. Daarna volgen de investeringskasstroom en de financieringskasstroom. De optelsom van de drie stromen is de mutatie van de liquide middelen over die periode.

Waarom is winst niet hetzelfde als geld op de bank?

Omdat de winst-en-verliesrekening kosten en opbrengsten toerekent aan de periode waarin ze horen, niet aan de maand waarin de bank beweegt. Afschrijvingen zijn een kost zonder betaling. Een stijgende debiteurenpost is omzet die nog niet is geind. Een aflossing op een lening kost geld maar is geen kost. Daardoor kan een bedrijf winst maken en tegelijk krap bij kas zitten.

Wat is het verschil tussen de directe en de indirecte methode?

De indirecte methode redeneert vanuit het resultaat en de balansmutaties en heeft alleen twee balansen en een winst-en-verliesrekening nodig. De directe methode telt de werkelijke ontvangsten en uitgaven op, zoals ontvangen van klanten en betaald aan leveranciers. Die leest makkelijker, maar vraagt dat elke bankmutatie naar categorie is ingedeeld. De uitkomst, de mutatie van de liquide middelen, is bij beide methoden gelijk.

Hoe bereken je de operationele kasstroom?

Neem het nettoresultaat, tel de posten zonder geldstroom erbij op en verwerk de mutatie in het werkkapitaal. Een voorbeeld: resultaat 285.000 euro, afschrijvingen 140.000 euro erbij, debiteuren 95.000 euro hoger eraf, voorraad 30.000 euro lager erbij en crediteuren 45.000 euro hoger erbij. Het werkkapitaal kost dan per saldo 20.000 euro, en de operationele kasstroom komt uit op 405.000 euro.

Waarop moet een kasstroomoverzicht aansluiten?

Op het banksaldo. De som van de operationele, de investerings- en de financieringskasstroom is de mutatie van de liquide middelen, en die moet exact gelijk zijn aan het verschil tussen het eindsaldo en het beginsaldo van bank en kas. Begon je met 210.000 euro en is de mutatie 275.000 euro, dan staat er aan het eind 485.000 euro. Sluit dat niet aan, dan mist er een post.

Moet je een kasstroomoverzicht per maand of per jaar maken?

Per maand is in de praktijk veel bruikbaarder dan per jaar. Een jaar dat met een plus sluit, kan maanden bevatten waarin het krediet vol stond, en die krapte zie je niet terug in een jaaroverzicht. Een maandelijks overzicht laat het patroon zien, bijvoorbeeld dat de zomer structureel geld kost, en geeft ruim de tijd om financiering of betaalafspraken te regelen.

Zie het met echte cijfers, zonder account

De demo bevat de fictieve Vermeulen Groep: twee BV's, een holding, een complete maandafsluiting en een bewust verstopt rekening-courant-verschil. Klik erdoorheen zoals je in je eigen omgeving zou doen.

Probeer de live demo
  • Werkt met elk boekhoudpakket: auditfile, Excel of koppeling
  • Elk bedrag klikt door tot op de boekingsregel
  • Consolidatie met zichtbare eliminaties en RC-check
  • EU-hosting, elke organisatie strikt gescheiden